L18 Eutrofiëring

Doel: aantonen dat door een verhoogde concentratie van meststoffen, inzonderheid fosfaat, stilstaand water uiteindelijk een dode poel wordt.

Tot voor enkele jaren gebruikte men als waterverzachter in wasmiddelen vooral pentanatriumtrifosfaat (Na5P3O10) dat door het water langzaam gehydrolyseerd wordt waardoor vrije fosfaationen ontstaan.

 

 

Deze fosfaationen werden met het waswater weggespoeld en kwamen, eventueel via een waterzuiveringsstation, in het oppervlaktewater terecht. Ook uit voedselresten en de landbouw komen fosfaten terecht in het oppervlaktewater.
Fosfaten zijn een belangrijke grondstof voor planten. Samen met kalium en stikstof vormen ze de basisstoffen van kunstmest.

Door de grote concentratie van meststoffen zullen algen en bepaalde planten rijkelijk groeien in stilstaand en langzaam stromend water. Planten, vissen en plankton in de diepere delen van het water krijgen hierdoor onvoldoende licht om te overleven. De afgestorven planten worden afgebroken (aëroob proces) waardoor er veel zuurstof uit het water verdwijnt. Nadien gaat het afbraakproces verder zonder zuurstofverbruik (anaëroob proces). Dit is een verrottingsproces waarbij het water troebel wordt en er een stinkende poel ontstaat. Het water is eutroof geworden. In deze poel is nog weinig leven mogelijk.

Om die reden worden tegenwoordig fosfaten als waterverzachter vervangen door zeolieten (zie ook illustraties L14 en L15).