
|
Doel: aantonen dat door een verhoogde concentratie
van meststoffen, inzonderheid fosfaat, stilstaand water uiteindelijk
een dode poel wordt. |
Tot voor
enkele jaren gebruikte men als waterverzachter in wasmiddelen vooral pentanatriumtrifosfaat
(Na5P3O10) dat door het water langzaam
gehydrolyseerd wordt waardoor vrije fosfaationen ontstaan.
|
|
Deze fosfaationen werden met
het waswater weggespoeld en kwamen, eventueel via een waterzuiveringsstation,
in het oppervlaktewater terecht. Ook uit voedselresten en de landbouw
komen fosfaten terecht in het oppervlaktewater.
Fosfaten zijn een belangrijke grondstof voor planten. Samen met kalium
en stikstof vormen ze de basisstoffen van kunstmest.
Door de grote concentratie van
meststoffen zullen algen en bepaalde planten rijkelijk groeien in stilstaand
en langzaam stromend water. Planten, vissen en plankton in de diepere
delen van het water krijgen hierdoor onvoldoende licht om te overleven.
De afgestorven planten worden afgebroken (aëroob proces) waardoor
er veel zuurstof uit het water verdwijnt. Nadien gaat het afbraakproces
verder zonder zuurstofverbruik (anaëroob proces). Dit is een verrottingsproces
waarbij het water troebel wordt en er een stinkende poel ontstaat. Het
water is eutroof geworden. In deze poel is nog weinig leven mogelijk.
Om die reden worden tegenwoordig
fosfaten als waterverzachter vervangen door zeolieten (zie ook illustraties
L14 en L15).
|