L16 Werking van zeep en detergent

Doel: de structuur van zeepmoleculen weergeven en aantonen dat ze geschikt zijn om apolaire stoffen zoals vet van weefsels te verwijderen

Zeep is een natrium- of kaliumzout van een vetzuur.
Naast zeep bestaan er nog veel meer andere detergenten die echter alle dezelfde algemene structuur bezitten. De moleculen hebben namelijk een lang apolair gedeelte dat hydrofoob is en gemakkelijk oplost in olie of vet, en een polair gedeelte dat hydrofiel is en goed oplost in water.
Op die manier kunnen zeep- en detergentmoleculen de overgang vormen tussen een waterlaag en een olielaag.

Hun werking tijdens het wasproces is identiek. Het vuil op de vezel of het bord bevat meestal veel vet. Dit lost niet op in het waswater. Als het waswater detergentmoleculen bevat, vormen deze micellen (1). Hun apolaire gedeelten zijn dan naar elkaar gericht. Bij contact met vet komen deze apolaire delen in het vet terecht. De polaire gedeelten blijven echter naar de watermoleculen gericht (2).

 

 

Op deze wijze belanden de vetdruppels uiteindelijk in het water, terwijl hun buitenzijde volledig omgeven blijft door het polaire gedeelte van de detergentmoleculen. Zo kunnen de vetdruppels in het water blijven zweven (5) en met het afvalwater verwijderd worden.

Voorbeelden



Zeepmoleculen hebben het nadeel dat ze met calciumionen een onoplosbaar zout vormen. Detergenten vormen geen neerslag met calciumionen.
Ze worden er echter wel vaak door gedesactiveerd.